Vertrouwenspersoon LTC De Paasberg

LTC De Paasberg wil natuurlijk een veilige vereniging zijn, waar iedereen met plezier bezig is met haar of zijn sport: tennissen. Het aanstellen van een vertrouwenspersoon kan dan negatief klinken: we zijn immers een hele mooie vereniging met vrijwilligers die hart voor de zaak hebben en we doen er met elkaar immers vanzelfsprekend al alles aan om juist zaken als ‘pesten’, conflicten en ruzie, discrimineren en seksueel ongewenst gedrag binnen onze vereniging te voorkomen.

Vertrouwens-persoon LTC De Paasberg

LTC De Paasberg wil natuurlijk een veilige vereniging zijn, waar iedereen met plezier bezig is met haar of zijn sport: tennissen. Het aanstellen van een vertrouwenspersoon kan dan negatief klinken: we zijn immers een hele mooie vereniging met vrijwilligers die hart voor de zaak hebben en we doen er met elkaar immers vanzelfsprekend al alles aan om juist zaken als ‘pesten’, conflicten en ruzie, discrimineren en seksueel ongewenst gedrag binnen onze vereniging te voorkomen.

Maar stel nu dat..

De praktijk binnen diverse sportverenigingen heeft uitgewezen dat er momenten en gebeurtenissen zijn waarbij grensoverschrijdend gedrag niet voorkomen werd. Binnen LTC de Paasberg willen wij dit graag voor zijn. Dat is dan ook één van de redenen waarom wij een vertrouwenspersoon hebben.

Een centraal aanspreekpunt om met elkaar zorg te dragen dat de wijze waarop we met elkaar binnen de club omgaan leuk en veilig blijft. Een lid kan een kwestie ook altijd bij de organiserende commissie of LTC bestuur aan de orde stellen.

Voorkomen is beter dan genezen

De vertrouwenspersoon is er ook voor vragen die kunnen spelen vóór dat er problemen zijn. Bij een vertrouwenspersoon kun je terecht met vragen die je niet makkelijk stelt of waarvan je bang bent dat er niet serieus op gereageerd gaat worden. Dit geldt voor trainers, coaches, ouders, begeleiders en teamleden. Daarbij: snel melden, er over praten en zorgen dat er (vroegtijdig) een einde gemaakt wordt aan een ongewenste situatie maakt dat deze niet verergert en ook herhaling kan zo voorkomen worden.

Wanneer kun je terecht bij de vertrouwenspersoon?

Als je vragen hebt over de manier van omgaan met elkaar binnen de club of jouw trainings- of competitie-team, dan ben je welkom bij de vertrouwenspersoon. De vragen die je hebt kunnen gaan over:

  • treiteren/pesten en gepest worden;
  • grensoverschrijdend gedrag: de manier waarop je benaderd en/of aangeraakt wordt door een clubgenoot, trainer of coach ervaar je als onprettig;
  • een vermoeden van grensoverschrijdend gedrag: je denkt dat iemand in jouw directe omgeving hier mee te maken heeft;
  • je maakt je zorgen over de wijze waarop er met je kind wordt omgegaan binnen de vereniging/het team;
  • je vraagt je af of jouw gedrag als trainer en/of coach verstandig is;
  • iemand heeft je direct of indirect beticht van ontoelaatbaar gedrag;
  • het feit of je vraag bij de vertrouwenspersoon op de juiste plaats is;
  • andere ongewenste omgangsvormen Zoals opmerkingen en gedragingen die als vernederend worden ervaren.

Ongepast en aanstootgevend gedrag

Wat voor de één een grapje is, kan voor een an-der een ongewenste omgangsvorm zijn. Bepalend is dat de activiteit c.q. situatie door betrokkene als ongewenst wordt ervaren. In de meeste gevallen heeft de betrokkene verscheidene malen gewezen op het hinderlijke en dus ongewenste in het gedrag van de ander(en) Desondanks gaan de ongewenste omgangsvormen door of worden herhaald.

Hoe vertrouwelijk is een vertrouwenspersoon?

Dat het belangrijk kan zijn om ook andere personen bij een vraag of probleem te betrekken zal duidelijk zijn, maar dit zal nooit zonder overleg en toestemming gebeuren! De gesprekken die er tussen jou en de vertrouwenspersoon plaatsvinden, daar wordt niemand van op de hoogte gesteld, zonder dat jij daar toestemming voor hebt gegeven en van op de hoogte bent. De activiteiten van de vertrouwenspersoon vallen onder de verantwoordelijkheid van het bestuur. Bij het afsluiten van het jaar rapporteert de vertrouwenspersoon aan dit bestuur óf er meldingen zijn geweest, van welke aard deze meldingen waren en hoe voortgang en afsluiting hebben plaatsgevonden.